donderdag 10 april 2008

BLOGBOEK #1


ISRAËL ACHTER DE SCHERMEN. Zionisme op een dwaalspoor. (Salomon Bouman. Prometheus Amsterdam, 2008. ISBN 90-446-0474-0)

Het is onmogelijk een duidelijk inzicht te verwerven in de internationale politiek zonder elementaire kennis van het Palestijns-Israëlisch conflict. Van de aanslagen van 11 september 2001 tot de terreur in Europese steden; van de Zesdaagse Oorlog in 1967 tot de oorlog in Irak: alle houden ze al dan niet rechtstreeks verband met het conflict tussen joden en islamitische arabieren. Dat conflict gaat over het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee. De joden noemen het Israël, de arabieren hebben het over Palestina…

Salomon Bouman geeft in zijn boek Israël achter de schermen als bevoorrechte getuige verslag van 40 jaar Palestijns-Israëlisch conflict. Bouman vestigde zich in 1965 in Israël als correspondent Midden-Oosten voor o.a. NRC-Handelsblad, De Standaard en de toenmalige BRT. Zijn verhaal begint bij de stichting van de staat Israël in 1948 door David Ben Gurion en eindigt bij de bouw van de zgn. veiligheidsmuur op Palestijns gebied door Israël vanaf 2004. Een happy-end is het niet geworden, getuige volgend beklijvend citaat:

“Hamas-leiders en rabbijnen leken in hun godsvertrouwen en hun onaanvechtbare recht op het land van Israël/Palestina dat ze daar uit putten, als twee druppels water op elkaar. Hun ‘gelijk’ kwam uit een peilloze godsdienstige diepte. Ze verhieven nimmer hun stem, ze waren altijd voorkomend en aardig. En toch stonden ze elkaar met God als hun leidsman eigenlijk naar het leven. Na gesprekken met hen kreeg ik het gevoel aan een in wezen onoplosbaar oerconflict te knagen.”

Het dramatische keerpunt in Israëls geschiedenis, aldus Bouman, was de Zesdaagse Oorlog in 1967. Daarbij anticipeerde het Israëlische leger op een op stapel staande aanval van een arabische coalitie o.l.v. Egypte. Het veroverde na een eclatante zege de Sinaïwoestijn, de Golanhoogvlakte en de westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Het zionisme dat streefde naar de vorming van een seculiere joodse staat waar ook niet-joden welkom waren ontaardde vanaf dan definitief in een overmoedig nationalistisch-religieus project met messianistische trekken. De uitkomst van de oorlog leek de profetieën over het uitverkoren volk van God bevestigd te hebben. De overmoed die Israël sindsdien aan de dag heeft gelegd werd duur betaald, dixit Bouman.

De auteur sympathiseert duidelijk met de (linkse) Israëlische Arbeiderspartij en hekelt het militarisme en de onbuigzaamheid van (het rechts-nationalistische) Likud, de partij van huidig premier Ehud Olmert. Zonder de aanslagen van de Palestijnen goed te keuren wijst hij op de verantwoordelijkheid van het leger en het extremistische rabbinaat. Zij zijn medeverantwoordelijk voor het ontstaan van het gewapend Palestijns verzet en de golf van aanslagen sinds de eerste Intifada (Palestijnse opstand) vanaf 1987. Israël is een tot de tanden gewapende staat met een operationeel nucleair arsenaal en onvoorwaardelijke militaire steun van de VS. Het Israëlische leger doodt als vergelding voor de wrede aanslagen jaarlijks tientallen, vaak zelfs honderden Palestijnse en Libanese burgers. Toch is het voor joden nergens onveiliger dan in hun ‘Beloofde Land’.

De bijna uitzichtloze situatie met radicalisering langs beide kanten belet niet dat Bouman blijft geloven in een mogelijke vrede. De voorwaarden voor die vrede zijn echter niet min: Israël moet een levensvatbare Palestijnse staat in de bezette gebieden mogelijk maken. De arabieren van hun kant moeten het bestaansrecht van Israël binnen de grenzen van voor 1967 erkennen. Intussen verkondigen Mahmoud Ahmadinejad (president van Iran), Dyab Abou JahJah (arabisch activist met Belgisch paspoort) e.a. aan al wie het horen wil dat Israël moet verdwijnen. In Israëlische kringen wordt dan weer ongegeneerd gepleit voor ‘transfers’ -wellicht een eufemisme voor ‘deportaties’- van Palestijnen uit Israël.

Opmerkelijk is de kritiek van Bouman op de mentaliteit van de huidige generatie Israëli’s. De solidariteit van de pioniers in de kibboetsen (collectieve landbouwgemeenschappen) heeft plaatsgemaakt voor cynisch geldgewin en miskenning van de belangen van de bevolkingsgroepen in de rand van de Israëlische maatschappij. Met een zekere ontgoocheling ondergaat de auteur het morele verval van een staat waar hij ondanks alles veel voor voelt, maar waar hij zich als linkse idealist steeds moeilijker mee kan identificeren.

Als je van slechte wil bent zou je Salomon Bouman betrokken partij kunnen noemen. Hij maakt geen geheim van zijn joodse afkomst en zijn sympathie voor Israël. Zijn gematigde houding dwingt echter respect af. De obligate verwijzingen naar het lot van de joden tijdens WOII zijn vaak minder gepast. Met deze episode uit de geschiedenis hebben de Palestijnen hoegenaamd geen uitstaans.

Van de toestand in het Midden-Oosten wordt een mens niet vrolijker, maar toch is het boek van Salomon Bouman niet echt somber of zwaar op de hand. Hij had als journalist zowel toegang tot de Knesset (Israëlisch parlement), de mondaine cocktailparty’s op de buitenlandse ambassades in Israël als tot de schuilplaatsen van Hamas in Gaza en op de westelijke Jordaanoever. Dat zorgt voor enkele leuke anekdotes en die maken het geheel beter te behappen. Zo krijg je als lezer ook een heldere en originele kijk op het dagelijks leven in Israël en de Palestijnse gebieden.

Wie zijn kennis over deze materie wil bijspijkeren zal bij de lectuur van dit vlot leesbaar boek veel baat hebben. De lineaire structuur, de korte hoofdstukken en het ontbreken van annotatie maken van het boek bijna een pageturner. Veel voorkennis heb je als lezer ook niet nodig. Wie echter denkt dat Ariel Sharon een Palestijnse vredesactivist is wacht beter op de stripversie. Voor alle anderen: een aanrader!

zondag 21 oktober 2007

Welkom


Welkom op de SJC-blog.

Onze hoofdsite is http://www.sintjozefscollege.be/